Corfu na 30 jaar: wat er veranderd is en wat je moet weten
We zijn 30 jaar samen, Maarten en ik. En we hebben elkaar leren kennen op Corfu. Dus toen we zo dichtbij waren met onze Balkanreis, hoefden we er niet lang over na te denken. Even de oversteek maken. Even kijken wat er van al die herinneringen nog klopt.
Dit wordt geen blog over Corfu als nieuw ontdekte bestemming. Het wordt een blog over terugkeren. Maar ook over wat je praktisch moet weten als je Corfu met de auto bezoekt, want dat is anders dan je misschien denkt.
Wanneer ga je?
De beste reistijd voor Corfu is mei, juni en september. Dan is het warm genoeg voor het strand, maar niet zo benauwd heet als in juli en augustus. Bovendien is het minder druk, al vond ik het nu ook al heel druk. Corfu is in de zomer een populaire bestemming en dat merk je overal: aan de pieren, in Corfu-stad, op de stranden.
Wij waren er eind mei. Het was aangenaam warm, de drukte viel mee en we hadden de tijd om rustig rond te rijden zonder file.
Hoe kom je er?
Wij kwamen met de boot vanuit Igoumenitsa wat op het vaste land ligt. De overtocht duurt zo’n 1 uur en 10 minuten.Meerdere keren per dag vaart er een boot, maar controleer de dienstregeling van tevoren want die varieert per seizoen. Ook vanaf Saranda kan je er met de boot komen, alleen dan kan je niet je auto meenemen. Overigens heb je wel toestemming van de verhuurmaatschappij nodig om de auto mee te nemen naar een ander land en op de ferry.
In de haven in Igoumenitsa was het een beetje chaos. Er was niemand van de rederij aanwezig toen we er op tijd stonden, tot een half uur voor vertrek. Dan maar wachten en zien hoe het gaat. De boot zelf vertrok stipt op tijd.
Je kunt ook vliegen, rechtstreeks vanuit Amsterdam of andere Nederlandse luchthavens in het zomerseizoen. Maar als je Corfu combineert met een rondreis door de Balkan en de noordwestkust van Griekenland, is de boot de logische keuze.
Betalen: Griekenland, dus euro’s.
Griekenland gebruikt de euro, dus dat is voor ons vertrouwd. Pinnen gaat prima in de supermarkt, in restaurants en bij grotere winkels. Maar ook hier geldt: voor parkeerplaatsen, straatmarkten en kleine kraampjes heb je cash nodig. Neem altijd wat euro’s mee in kleine coupures. Wil je geld uit het automaat halen, ga naar een Piraeus bank, een Eurobank, niet verwarren met Euronet, want die zijn heel duur met pinnen.
Corfu-stad heeft parkeerplaatsen voor €5,- per dag aan de rand van het centrum. Dat is fijn, want de binnenstad zelf is grotendeels autovrij.
Rijden op Corfu
Corfu is een eiland en dat merk je. De wegen zijn smal, soms heel smal, en slingeren door heuvels en kustgebied. Google Maps stuurt je soms over paadjes die voor een kleine huurauto nét acceptabel zijn maar voor een grotere auto of mensen die niet gewend zijn aan smalle wegen best spannend kunnen zijn.
We reden naar Palaiokastritsa, een baai die Maarten zich nog goed herinnerde van 30 jaar geleden, waar hij zijn scootersleutel verloor. De weg ernaartoe is op sommige stukken smal en met aflopen bochten, maar goed geasfalteerd. Veel mooier dan vroeger trouwens: alles is nu geasfalteerd waar vroeger onverharde weg lag.
De maximumsnelheid op Corfu is 50 km/u in de bebouwde kom en 90 km/u buiten. In de praktijk rijdt niemand 90 op de smalste wegen. Dat doe je sowieso niet als je verstandig bent.
Wat er veranderd is
Palaiokastritsa was vroeger een klein dorpje met een prachtig strand en weinig om je heen. Nu staan er huizen, hotels, restaurants, geparkeerde auto’s. De onverharde weg is weg. Alles is geasfalteerd.
Dat is niet alleen een kritiek. Het strand zelf is nog steeds mooi. Maar de rust van 30 jaar geleden is er niet meer.
Gouvia, waar we vroeger in de bar zaten die Molfetta heet, was ook veranderd. De winkeltjes zijn grotendeels verdwenen, er zijn nu vooral restaurants. Maar de Molfetta bar? Die is er nog. Ze herkenden de oude foto’s die ik meenam. Er waren zelfs mensen die de mensen op de foto kenden. Dat is een soort magie die je niet kunt plannen.
Corfu-stad: dat klopt nog wel
Corfu-stad is de moeite waard, ook als je het voor het eerst ziet. De smalle Venetiaanse straatjes, de Liston promenade, de oude vesting, de winkeltjes die echt verschillen van wat je elders op het eiland vindt. Geen meuk, maar ook serieuze winkels. We slenteren er twee en een half uur door en kochten de laatste cadeautjes voor de jongens.
Parkeer aan de rand en loop het centrum in. De binnenstad is grotendeels autovrij en dat maakt het aangenaam.
Vriendelijkheid en sfeer
Grieken zijn hartelijk als je de moeite doet. Op Corfu heerst in het zomerseizoen een toeristische sfeer die soms wat commercieel aanvoelt, maar daarbuiten zijn de mensen gewoon vriendelijk. De restauranthouder die ons aan een tafeltje hielp in de regen, de man bij de parkeerautomaat die meteen meeliep om te helpen.
Wat je meeneemt
Zonnebrandcrème, een goede weg-app met offline kaarten voor de smalste wegen, cash voor parkeerplaatsen en markten, en misschien een oud fotoboekje als je vroeger al op Corfu bent geweest. Je weet maar nooit wat je tegenkomt.
Corfu is niet meer wat het was, maar het is nog steeds de moeite waard. Misschien juist omdat je het nu met andere ogen ziet.
Lees ook mijn andere blogs over de Corfu:
- 10 dingen om te doen op Corfu: van de oude stad tot het strand
- Aqualand op Corfu: dé dag voor tieners
Zou jij Corfu combineren met een rondreis door de Balkan? Laat het me weten. 06-20851033.








