Noord-Macedonië met de auto: wat je echt moet weten voor je gaat

Noord-Macedonië staat niet bovenaan de meeste lijstjes. En dat is precies de reden waarom het de moeite waard is. Geen buslading Japanners, geen rij voor de kassa, geen bestemming die zichzelf al heeft uitgevonden voor toeristen. Wij reden er doorheen aan het begin en het einde van onze Balkanreis en het land bleef hangen. De kloosters, de bergpassen, de mensen. Maar ook: de andere manier van doen. Want reizen door Noord-Macedonië vraagt wat voorbereiding op het praktische vlak.

Dit is wat je moet weten.

Wanneer ga je?

Het beste reisseizoen voor Noord-Macedonië is mei tot en met oktober. In mei en juni is het aangenaam, de natuur staat in bloei en de toeristenstroom is beperkt. In juli en augustus kan het erg heet worden, zeker in de laaglanden en in Skopje. Dan zijn de berggebieden juist prima. September en oktober zijn ideaal voor een rondreis: rustiger, koeler, en het landschap kleurt prachtig.

Wij waren er in mei-juni. Precies goed. De temperaturen lagen tussen de 20 en 28 graden overdag. De bergen, zoals bij de Kamenjane watervallen en bij Mavrovo, waren nog lekker groen en er stond volop water.

Betalen: vrijwel altijd cash

Dit is het belangrijkste dat je moet weten. Noord-Macedonië gebruikt de Macedonische Denar (MKD). Pinpassen en creditcards worden in hotels en restaurants in grotere steden soms geaccepteerd, maar in kleinere dorpen, bij kloosters, bij parkeerplaatsen en bij kleine eettentjes vrijwel nergens.

Neem altijd cash mee. Geldautomaten zijn er in de steden, maar buiten de bewoonde wereld ben je op jezelf aangewezen. Je kunt ook met euro’s betalen op de meeste plekken, maar de wisselkoers is dan minder gunstig of je krijgt terug in Denar. De goedkoopste bank om te pinnen is de Komercijalna banka die rekent geen kosten, althans met ING zoals wij niet.

We hebben bij het Bigorski klooster, bij de parkeerplaatsen langs de route en bij lokale tentjes altijd met cash betaald. De Lidl en wat grotere supermarkten accepteren wel een pas. Maar voor al het andere: zorg dat je Denars of Euro’s op zak hebt.

Rijden: schakelen en opletten

Noord-Macedonië is geen Schengenland, maar naast je paspoort kan je ook met je identiteitskaart het land in. Let wel op beide moeten nog 3 maanden na vertrek geldig zijn.

De wegen buiten de steden zijn grotendeels tweebaans. Je rijdt door dorpjes, langs velden en bergpassen. Dat is mooi, maar het rijdt langzaam. Plan de rijtijden ruimer dan Google Maps aangeeft, want je wil ook af en toe stoppen.

De snelheidslimiet is 130 km/u op snelwegen, 80 km/u buiten de bebouwde kom en 50 km/u in de bebouwde kom. Er wordt gehandhaafd en streng ook, je ziet veel politie op de weg en een bon heb je zo te pakken. In Bulgarije (net over de grens) is het nog strakker met flitspalen, maar ook in Noord-Macedonië moet je gewoon de borden volgen. De limieten wisselen snel en soms lijkt een weg prima voor 90 km/u terwijl het bord 50 aangeeft. Doe het gewoon rustig aan.

Google Maps stuurt je soms over routes die voor een gewone auto niet handig zijn. Controleer van tevoren of de weg verhard is. Dat scheelt gedoe. Maar voor het grootste gedeelte is het prima te doen.

Vriendelijkheid van de mensen

Eerlijk gezegd: erg warm. Bij het Bigorski klooster werden we hartelijk ontvangen. De eigenaar van ons appartement in de buurt van Matka Canyon begon in het Macedonisch tegen ons en stopte niet, ook toen bleek dat we geen woord verstonden. We knikten, hij was blij, wij ook.

In Skopje spreken mensen in de toeristische gebieden redelijk Engels. Buiten de stad moet je soms creatief zijn. Wijs, knik, lach en wat handgebaren. Of wat ook goed werkt is de vertaal app op je telefoon. Moet je natuurlijk wel een e-sim hebben, want je roaming zet je uit, anders betaal je een enorme rekening bij thuiskomst.

Afval langs de weg

Dit is iets wat opvalt en wat je niet vergeet. Langs de wegen, in de bossen, in de natuur: er ligt veel zwerfafval. Plastic flessen, verpakkingen, rommel. Het is jammer, want het landschap zelf is prachtig. Je raakt er na een dag of twee niet echt aan gewend. Dat is maar goed ook.

Benzine en kosten

Benzine is goedkoper dan in Nederland. De algemene prijzen voor eten, overnachten en bezienswaardigheden liggen ook een stuk lager. Entreeprijzen voor kloosters zijn meestal symbolisch: €2,- tot €4,-. In restaurants eet je goed voor weinig. Bereid je er wel op voor dat het restaurant bij je klooster of hotel soms de enige optie is in de omgeving, want er is niet altijd een dorp om de hoek.

Wat meenemen

Paspoort (niet alleen je ID, dat werkt wel maar is minder handig bij grensovergangen). Voldoende cash in euro’s om bij aankomst te wisselen of direct te gebruiken. Comfortabele wandelschoenen, want de mooiste plekken bereik je te voet. Gepaste kleding voor kloosters: dames moeten de schouders bedekken en soms een rok over de broek doen. Dat hoort bij een bezoek en slentert prima.

Noord-Macedonië is een land dat je niet verwacht en dan toch blijft hangen. Die combinatie van kloosters in de bergen, een half ondergelopen kerk in een meer en baklava uit een klein winkeltje in de bazaar van Skopje. Je hoeft er niet veel voor te regelen, maar je moet er wel van weten.

Zwembaden zijn er nauwelijks

Dat is iets om rekening mee te houden als je met kinderen of tieners reist. De Balkan heeft prachtige kleine hotels, guesthouses en appartementen vaak familiebedrijven, persoonlijk, met karakter. Maar een zwembad? Dat is eerder uitzondering dan regel.

Voor tieners die een zwembad als vast basisstation gewend zijn, is dat een omschakeling. Voor kinderen die nog jonger zijn en echt een plek nodig hebben om af te koelen en te spelen, is het goed om dit van tevoren te weten dat dit vrijwel een no-go is.

Lees ook mijn andere blogs over de Balkanreis:

Wil je een rondreis door de Balkan laten uitdenken op maat? Bel me. 06-20851033.