Autorijden in Marokko: haarspeldbochten, ezels en veel politie langs de weg
Op de weg door het Atlasgebergte zie je ezels langs de kant lopen, bepakt en bezakt. Met mensen erop, met takkenbossen of met andere spullen. Daartussen herders met hun schapen en geiten, kleine dorpjes en bocht na bocht. In Marokko is de rit vaak de helft van de beleving.
Tijdens deze studiereis reden we met een chauffeur, van Marrakech via de bergen en de woestijn naar de kust bij Agadir. Eerder reed ik zelf met de auto van Fez naar Tanger. Twee manieren om hetzelfde land te zien. In deze blog vertel ik wat je onderweg tegenkomt en waar je rekening mee houdt.
De wegen zijn prima
Laat ik met het goede nieuws beginnen: de wegen zijn echt prima. Ook door het Atlasgebergte rij je gewoon over een goede weg, al slingert hij flink.
Er zijn uitzonderingen. Het laatste stuk naar Terres d’Amanar, het activiteitenpark bij Aghouatim, is zo’n 3 kilometer smal en onverhard. En op weg naar ons kamp in de Agafay woestijn werden de weggetjes steeds smaller, terwijl onze chauffeur juist steeds harder ging rijden. Rij je zelf, neem dan rustig je tijd op dit soort stukken.
Politie en snelheid: neem het serieus
Wat direct opvalt, is hoeveel politie er langs de weg staat. Snelheid is echt een ding in Marokko. Op onze route was het in de stadjes 40, net daarbuiten 60 en daarna 80 of 100. Houd je daar goed aan, want er wordt veel gecontroleerd.
Gordels zijn verplicht, net als in Nederland. Voor en achter. Ook daarop controleren ze heel streng. Met pubers op de achterbank is dat dus geen discussiepunt: gordel om, ook op een kort stukje.
De Tizi n Tichka: bocht na bocht
De mooiste rit van onze reis was die over de Tizi n Tichka, de bergpas tussen Marrakech en Ouarzazate. De weg slingert met heel veel haarspeldbochten omhoog naar het hoogste punt op 2260 meter. Onderweg stopten we voor een kop thee met een prachtig uitzicht. Bovenaan kregen we een lesje over goede en slechte mineralen en kocht ik een echte tajine.
Al die bochten doen wel wat met je maag. Cecilia was blij met haar tabletjes tegen wagenziekte en ging voorin zitten, omdat haar maag een beetje weeïg voelde. Wordt iemand in jullie gezin snel misselijk in de auto, vergeet ze dan niet in te pakken en geef diegene de plek voorin.
Vanaf het hoogste punt is het nog ruim een uur naar Aït Ben Haddou. De volgende dag reden we dezelfde weg terug. Precies dezelfde route, en toch compleet anders omdat je naar beneden rijdt. De bergen zijn werkelijk adembenemend.
Reken op lange ritten
Marokko is groot en de afstanden voelen langer dan op de kaart. Wij gooiden ons programma een beetje om, zodat we niet eerst terug hoefden te rijden voordat we verder konden. Dat betekende wel een lange dag. Om 7 uur aan het ontbijt en daarna 4 uur rijden van Ouarzazate naar Terres d’Amanar.
Een dag eerder lunchten we pas om half 3 in Aït Ben Haddou. Onderweg hadden we gelukkig even een banaan gegeten. Neem dus altijd wat te eten mee in de auto, zeker met pubers. Een lege maag en een bochtige weg zijn geen fijne combinatie.
Van Agafay naar Essaouira is het zo’n 2,5 uur rijden zonder stops. Landschappelijk is dat geen heel boeiende rit. Een stop maakt het meteen leuker. Wij stopten bij een plantage met arganbomen, waar je ziet hoe arbeidsintensief het maken van arganolie is, en bij een uitkijkpunt met uitzicht over Essaouira. De kamelen stonden ons daar herkauwend aan te gapen.
De weg van Essaouira naar Taghazout is een stuk mooier. Je slingert door heuvels vol arganbomen, waarin hele kuddes geiten staan te snoepen van de blaadjes en vruchten. Daarna rijd je langs de kust naar het zuiden, met stops bij de duinen van Timlalin en de Coloured Village. Welke stops ik zeker zou maken, lees je in mijn blog over vijf bijzondere stops in Marokko.
Niet overal kom je met de auto
In Taghazout konden we niet met de auto bij ons hotel komen. Wij liepen bepakt en bezakt met onze koffers de straat af richting het strand. Reis je met grote koffers, vraag dan vooraf hoe dicht je bij je hotel kunt komen. Meer over Taghazout lees je in mijn blog over surfen in Marokko.
In Agadir laat je de auto ook makkelijk staan. De oranje taxi’s hebben een meter en rijden alleen in de stad. Vanuit de hotelzone ben je voor ongeveer 15 dirham in de souk. De geelwitte taxi’s rijden ook buiten de stad, daar spreek je vooraf een prijs af.
Tank je zelf? Reken dan op ongeveer 1,60 euro voor een liter benzine. Onze chauffeur maakte er een grapje over: als het zo doorgaat, rijden de mensen hier straks weer alleen met ezels.
Zelf rijden of een chauffeur?
Met een chauffeur kun je onderweg gewoon om je heen kijken. Of, zoals wij, tussendoor je mail bijwerken. Onze chauffeur Atji zorgde goed voor ons. Hij regelde een gids in Aït Ben Haddou, legde bij het stuwmeer Lalla Takerkoust een kleedje voor ons neer en zette de muziek hard toen we op een lange middag bijna instortten. Meezingen en dansen, voor zover dat ging in de auto. Dat soort momenten heb je niet als je zelf achter het stuur zit.
Zelf rijden kan ook prima. De wegen zijn goed en met de regels rond snelheid en gordels in je achterhoofd kom je er wel. Plan wel ruim, zeker in de bergen, en neem genoeg pauzes. Twijfel je of Marokko met de auto bij jullie gezin past? In mijn blog over Marokko met pubers lees je hoe wij de week hebben opgebouwd.
Ezels langs de weg, haarspeldbochten en een chauffeur die meezingt. Soms is de weg zelf het mooiste stuk van de dag. Twijfel je tussen zelf rijden en een chauffeur? Bel me, dan lopen we samen de route door.





