Chefchaouen: waarom de blauwe stad mijn favoriet is in Marokko
Na elke bocht denk je: deze is nog mooier. Dus je maakt weer een foto. Van een deur, een trapje, een doorkijkje. En dan sla je de volgende hoek om en begint het opnieuw. Zo ging mijn hele dag in Chefchaouen.
Eerder reed ik samen met Therese met een huurauto van Casablanca naar Tanger. Meknes, Fez, het Rifgebergte en de kust. Elke plek had iets, maar één stad sprong eruit. Chefchaouen, de blauwe stad. Dit is echt mijn favoriet van die reis.
Aankomen na een lange dag
Chefchaouen moesten we verdienen. Vanuit Fez reden we via Moulay Idriss en de Romeinse ruïnes van Volubilis naar het noorden. Onze navigatie stuurde ons onderweg een onverharde weg op, door modderpoelen en tussen de schapen door. Ruim 2 uur later waren we vooral blij dat we nergens vast waren komen te zitten. Daarna nog een kleine 3 uur rijden. Saai en lang.
Tot je vanuit de bergen aan komt rijden en ineens de stad ziet liggen. Blauw tegen de berghelling. Dat uitzicht maakt veel goed. Hoe het rijden in Marokko verder ging, lees je in mijn blog over zelf rijden in de Marokkaanse steden.
Blauw, overal blauw
Na die lange dag sliepen we lekker uit. Het ontbijt in onze riad was wat minder, maar dat maakte de stad snel goed. Chefchaouen is klein en overzichtelijk. Je hoeft niets te plannen. Je loopt gewoon de straatjes in en laat je meevoeren.
Alles is blauw. Muren, trappen, deuren, bloempotten. Licht blauw, donker blauw en alles daartussen. Er staan schattige deuren op elke hoek en overal zijn doorkijkjes waar je even voor stil blijft staan. Wij slingerden er de hele middag doorheen en zochten af en toe een dakterras op voor het uitzicht. Haast had niemand. Dat merk je meteen na de drukte van Fez.
Naar de Spaanse moskee
We liepen eerst naar de watermolen en de plek waar de vrouwen hun was doen. De wasplaats is er nog, maar wij hadden het idee dat hij niet meer gebruikt wordt. Ondertussen werden de verkopers van de stalletjes wakker en begonnen ze met opbouwen.
Vanaf daar liepen we omhoog naar de Spaanse moskee. Een korte klim, en dan ligt de hele blauwe stad onder je. Wat een heerlijk plekje. Hier bleven we even hangen. Daarna namen we dezelfde weg terug en doken we meteen weer de straatjes in.
Mijn tip: begin vroeg aan de wandeling. Toen wij er liepen, gingen de stalletjes net open en waren de straatjes nog rustig. Precies goed voor foto’s.
Tien minuten op een winkel passen
Het moment dat ik het langst zal onthouden, had niets met blauwe muren te maken. Op weg naar de kasbah kwamen we langs een vriendelijke meneer die de mooiste stenen en fossielen verkocht. Hij nodigde ons uit voor thee in zijn kleine hutje.
Toen het tijd was voor het gebed, vroeg hij of wij even op zijn winkel wilden passen. Tien minuten stonden we daar, tussen al zijn kostbaarheden. Heel bijzonder, dat vertrouwen. Dit soort momenten maken een reis bijzonder.
Door die thee waren we wel te laat voor de kasbah, die was inmiddels dicht. Kijk dus even naar de openingstijden als je er naar binnen wilt. Wij vonden het geen ramp. We zochten een dakterras op, bestelden een drankje en keken naar de zonsondergang terwijl we de route voor de volgende dag planden.
Wandelen naar God’s Bridge
Vanuit Chefchaouen ben je in zo’n 40 minuten bij Akchour, in het nationaal park Talassemtane. Daar kun je twee wandelingen maken. Eén van 12 kilometer langs meerdere watervallen en één naar God’s Bridge, een natuurlijke stenen brug, van in totaal 6 kilometer.
Wij wilden zonder gids lopen en hadden ons voorbereid met een paar blogs. Toch sloegen we het verkeerde pad in en moesten we echt klimmen en klauteren. Uiteindelijk kwamen we op een beter pad uit, bovenop de brug, terwijl we eigenlijk onderaan wilden staan. Het water was te hoog om daar te komen. Na een kleine 4 uur stonden we weer bij de auto.
Onze navigatie probeerde ons ook op weg naar Akchour weer een onverharde weg op te sturen. Deze keer draaiden we meteen om. Neem dat advies gerust van ons over.
Zo past Chefchaouen in je reis
Chefchaouen ligt in het noorden, in het Rifgebergte. Je combineert het makkelijk met Fez en Tanger. Wil je niet de hele week rijden? Vlieg dan heen naar de ene stad en terug vanuit de andere. Hoe dat werkt, lees je in mijn blog over Marokko zonder eindeloos rijden.
Plan minimaal één volle dag in de stad zelf, en liefst een tweede voor de wandeling naar Akchour. De avonden kunnen koud zijn in de bergen, neem dus een warme trui mee. Hoe Chefchaouen zich verhoudt tot de andere oude steden, lees je in mijn blog over de medina’s van Marokko.
Blauwe deuren, een kop thee in een hutje vol fossielen en de zon die ondergaat boven de bergen. Als ik terug mag naar één plek in Marokko, dan is het deze. Wil jij hem ook in je route? Ik denk graag met je mee.
Meer lezen over Marokko
Marokko met pubers: filmsets, quads en je eigen tajine in één week
Marrakech in één dag: foodtour, hamam en verdwalen in de medina
De medina’s van Marokko: wat elke oude stad anders maakt en wat overal hetzelfde is
Vijf bijzondere stops in Marokko: van filmsets tot een tajine in de tuin
Filmlocaties in Marokko: van Gladiator en Game of Thrones tot James Bond
Tajine maken bij Younes en zijn moeder: de kookworkshop die mijn Marokkoreis won
Surfen in Marokko: wind in Essaouira, golven in Taghazout
Marokko zonder eindeloos rijden: vlieg heen naar de ene stad en terug vanuit de andere
Autorijden in Marokko: haarspeldbochten, ezels en veel politie langs de weg
Zelf rijden in de steden van Marokko: zo vind je een parkeerplek en houd je het hoofd koel
Politie in Marokko: waarom je ze overal ziet en hoe je reageert als je wordt aangehouden
Zelf naar Marokko?
Ik ben er twee keer geweest, van Marrakech tot Agadir en van Casablanca tot Tanger. Ik weet welke medina je niet mag missen en welke je rustig overslaat. Ik weet ook waar je de lekkerste tajine maakt en welke route je beter niet van je navigatie aanneemt. Wil je zelf rijden, met een chauffeur of juist heen naar de ene stad en terug vanuit de andere? Ik zoek het voor je uit en stel een reis samen die bij jullie past. Stuur me een berichtje, dan gaan we samen aan de slag.





